De beste boeken van 2011
Mijn topdrie van beste kinderboeken van 2011 stond niet in NRC Handelsblad, maar ziet er als volgt uit:
Lida Dijkstra & Thé Tjong-Khing: Verhalen van de vossenbroertjes. Pimento, 103 blz. € 15,95
Literair én toegankelijk, het oude erend én fonkelnieuw, talig én beeldend, en niet over de hoofden van kinderen heen – dankzij de goede grappen en het boeiende verhaal-over-verhalen – maar tegelijk smullen voor kenners (en neerlandici). Als bewerking van een klassieker de grootste verrassing van dit jaar en wat mij betreft de beste Gouden Griffel-kandidaat voor komend jaar.
Leo Timmers: Boem! Querido, 54 blz. € 14,95
Eén woord: kettingbotsing. Eén – nog korter – woord: boem. Wat meer langere woorden: vrolijk onheil in de vorm van karaktervolle dieren in oude auto’s komt telkens weer het boek binnenrijden, waarna een fortuinlijke aanrijding volgt. Een simpel verhaal en een rijke, kleurrijke uitvoering in dit hoogtepunt in Leo Timmers’ in Nederland veel te onbekende prentenboekenoeuvre.
Ted van Lieshout: Driedelig paard.
Het is moeilijk niet te lachen bij het bericht van mevrouw De Ruyter die is gesneuveld in de uitverkoop, of de brief waarin de lepeltjes melden niet ordinair op een hoop gegooid wensen te worden met de vorken. Het is moeilijk niet te vallen voor de schitterende bladzijden met nougatblokjes of jongleerballen in sonnetschema. Het taal- en beeldspel in Driedelig paard heeft het in zich om een groot publiek te overtuigen van de lol van poëzie.